Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35

„Ik kan je toch niet verstaan."

De ander lachte nog harder en zette zich naast hem neer. Wat had Wim wel willen geven, om den jongen te kunnen begrijpen. Hij heette Juan — zoo noemden de Spanjaarden hem althans en bleek opgewekt en vroolijk.

Onmiddellijk wierp hij zich als leermeester van Wim op, wees hem eenige voorwerpen en zei langzaam in 't Spaansch, hoe ze heetten.

Wim kreeg schik in 't geval en zei het dadelijk na.

Deed hij 't verkeerd, dan lachte Juan en het zijn witte tanden zien. Hij herhaalde echter het verkeerde woord en Wim deed een nieuwe poging.

Nog was 't geen avond, of Wim en Juan waren dikke vrienden, die niet van elkander waren te slaan.

Den volgenden dag werden de lessen trouw voortgezet en na een week verstond Wim al verschillende uitdrukkingen en begreep hij al veel, van 't geen er rondom hem gezegd werd.

Het leven aan boord van den Spanjaard was echter alles behalve plezierig. Vol vrees keek de manschap steeds rond, of de Engelsche vloot niet verscheen.

Een enkelen keer klonk de roep: „de Engelschen 1 de Engelschen!" — en dan was de vloot in rep en roer. Dan holden de mannen van onder naar boven

Sluiten