Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

39

„Wat graag!"

„Kom dan maar mee; de admiraal staat daar juist met den kapitein te praten. In de kajuit ben ik bekend, ik moet er alles schoonhouden."

Wim volgde zijn makker langs een sierlijke trap, waarop een kostelijke looper lag.

Toen traden ze binnen.

Een oogenblik stond Wim verstomd. — Neen, zooveel weelde had hij nog nimmer aanschouwd. Wat leek hem dan alles in zijn geboorteplaats armelijk en vervallen. Hoe diep zonk hij in 't zware tapijt, hoe schitterden de vergulde lijsten om spiegels en platen, hoe sierlijk kwam het fijne mahoniehout van wanden en stoelen daar tegen uit! In den hoek hingen tegen den wand eenige beelden van heiligen, met 'n gouden altaartje er voor, in 't midden het portret van de Heilige Maria de la Roza, onder wiens bijzondere bescherming het schip stond, maar wat Wim toch voornamelijk aantrok, waren een aantal groote kisten, die langs de wanden stonden.

„Kijk," zei Juan, die zich niet zeer op z'n gemak gevoelde — hij vreesde toch elk oogenblik, dat er iemand zou binnentreden, om hem weg te jagen — „kijk, dat zijn de geldkisten."

Sluiten