Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun kleeren hingen als flarden om 't lichaam en hun ingevallen trekken bewezen de ellende waaraan ze hadden blootgestaan — werden door een grooten troep landlieden aangevallen.

Te vergeefs hoorden ze de zeelieden om genade smeeken; onbarmhartig vielen de Ieren op de vreemdelingen aan. Met spaden, hooivorken en enkele geweren gewapend, waren de weerlooze Spanjaarden voor hen een gemakkelijke prooi.

Enkelen verdedigden zich, de meesten trachtten te vluchten.

„Konden we ze maar helpen!" fluisterde Juan en maakte zich gereed, zich uit de struiken te begeven, doch met een krachtige hand hield Wim hem terug en snauwde: •

„Blijf hier, we kunnen toch niets doen!"

De strijd of liever de slachting, duurde slechts kort. Verwoed achtervolgden de Ieren hun slachtoffers en de een voor, de andere na werd terneergeslagen.

Het gevecht verplaatste zich en weldra waren allen uit het gezicht verdwenen, alleen een meter of tien van hen af lag een man uitgestrekt, die door een der Ieren met een knuppel was geveld.

Na nog eenige minuten gewacht te hebben, in de vrees, dat de aanvallers zouden terugkeeren,

Sluiten