Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

64

Eensklaps werd een sleutel in 't slot gestoken en de deur voorzichtig een klein stukje geopend.

„Kom dadelijk!" werd er geroepen.

Wim was reeds opgesprongen en stiet zijn makkers aan.

„Gauw, Juan! gauw, Frederico!"

Ook dezen heten niet op zich wachten en 't volgende oogenblik stond ons drietal buiten den toren.

Haastig sloot John — want deze was het — de deur, nam Wim bij de hand en voerde hem dwars over 't grasveld, in de richting van het stadje af.

Met groote stappen volgden de beide Spanjaarden hun gids, die eindelijk bij een klein riviertje stil stond.

Buiten viel de duisternis mee, gemakkelijk kon men eenige meters van zich afzien.

De vluchtelingen onderscheidden dan ook spoedig een bootje, dat aan den kant gemeerd lag.

John sprong er in en wenkte de anderen, hem te volgen. Tot nog toe had hij geen woord gesproken. Ook nu nam hij zwijgend de riemen en bracht met flinke slagen spoedig gang in 't schuitje.

Zoo roeide hij misschien een half uur. Toen legde hij aan en wees Wim een weg, die zich van de rivier af, diep 't land in slingerde

Sluiten