Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68

hofstede, die ze gepasseerd waren; ze ging zeker naar de markt. Nu kwam er hulp.

Wim legde den vinger op den mond, om zijn makkers te waarschuwen stil te zijn.

Kalm wachtten ze nu, tot het paard in hun nabijheid was.

Plotseling sprongen ze op. Wim greep 't paard bij den teugel en op barschen toon zei hij: „Je gaat zeker naar Londonderry, vrouwtje?" Verschrikt keek de aangesprokene op en stamelde: „Ja, man, wat zou dat?"

„Niets, niets, maar dan kunnen we zeker wel meerijden, nietwaar? Deze man kan haast niet loopen. Stap maar in, Frederico."

Voor de vrouw wist, wat er gebeurde, waren Frederico en Juan reeds in den wagen gekropen, en maakten het er zich achterin zoo gemakkelijk mogelijk.

Toen nam Wim de mand en zette zich naast de boerin.

„Zie, zoo, vrouwtje, rijd nu maar verder; ik zal wel zorgen, dat je eieren niet breken."

Een oogenblik scheen het, alsof de vrouw van plan was, terug te keeren, doch toen ze merkte, dat de mannen geen kwaad in den zin hadden en het hun

Sluiten