Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"5

Het was een gure Decemberdag; de sneeuw, die den vorigen dag gevallen was, had zich veranderd in een vuile modderpap.

Doch Wim voelde niets van de koude, merkte niet, hoe de modderklonten hem om de ooren spatten. Hij rende voort. Nog den hoek om en daar lag de Peperstraat in haar stille verlatenheid.

Geen sterveling was te zien, alleen stond op den hoek bakker Bruining voor het winkelraam. Doch eer deze hem kon herkennen, was Wim reeds verder gesneld. Daar stond het ouderlijk huis.

Nu een beetje kalm, had de schipper gezegd.

Hij matigde zijn stap, lichtte den klink van de deur op en stond in het voorhuis.

Zou hij doorgaan? — Wacht, kalm aan!

Met trillende stem riep hij: „Vollek!"

Duidelijk vernam hij gedruisch. Wie zou er voorkomen ?

O, 't was Jan, zijn broer. — Wat zou hij zeggen ? —

Voor hij echter antwoord kon geven, had Jan hem reeds herkend en schreeuwde naar achter:

„Moeder, vader, daar is Wim!

Nu was langer talmen onnoodig en lachend stapte Wim verder en zei:

»Dag, Jan, hoe is 't hier?"

Sluiten