Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWAALFDE HOOFDSTUK.

Door de drukte van het feestvieren had Wim er niet aan gedacht, dat twee huizen van hen af, buurman Pikmans woonde. Hij had hem niet gezien en zijn gedachten waren te veel in beslag genomen door ouders en vrienden, doch toen alles eindelijk een kalm verloop kreeg, zei Wim op een morgen:

„O, ja, moeder, hoe is 't toch met buurman Pikmans en Marie ? — Ik heb ze tot nog toe niet gezien ?"

„Dat is een treurige geschiedenis, jongen. Buurvrouw was reeds ziek, toen jelui naar Engeland vertrok. Het goede mensch is overleden en Marie is bij haar moei in Berkhout."

„In Berkhout ? — En buurman ?"

„Die is nog altijd niet teruggekeerd. Hij is reeds een jaar weg. Er is bericht gekomen, dat hij en nog een paar schippers door den Spaanschen koning gevangen zijn gezet. Ze lagen in de haven van Lissabon, toen de Spaansche regeering, die tot nog toe oogluikend den handel had toegestaan, plotseling van

Sluiten