Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

129

maar bovendien, was alles nu bevroren en en uuo geen druppel water te krijgen.

Handen wringend stonden een paar vrouwen en kinderen op het erf, naast een der brandende perceelen.

„Waar is vader toch, buurvrouw!" riepen een paar kleinen.

„Och, God, kind!" — en Wim wist niet of hij waakte of droomde,— „vader en buurman en nog een paar mannen uit het dorp zijn door woeste mannen uit hun bed gehaald en meegesleurd."

„Wat zeg je, vrouwtje ?" riep Wim en ook een paar boeren uit den omtrek, die waren toegesneld, om te helpen, zagen niet minder verrast. „Wat zeg je ? — Wat waren het voor lui ?"

„Ik weet het niet, man," antwoordde de vrouw. „Ik weet het niet, maar wat moeten we beginnen ? Mijn arme man weg en wij van alles beroofd!"

En weder barstte de vrouw in een krampachtig snikken uit.

„Het waren Spanjaarden!" schreeuwden nu een paar jongens, die haastig kwamen aansnellen. „We hebben alles gezien. Ze hebben je man, Cornelis Hercx en de andere boeren meegenomen en naar den dijk gesleurd. — Ze zijn reeds vertrokken."

Onoverwinnelijke Vloot. g

Sluiten