Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H3

zijn buren en Wim beschouwd als een kleinen jongen, doch langzamerhand werd hij opmerkzamer en vroeg:

„Maar jongen, hoe kwam je daar?"

Nu kwam Wim eerst recht los en begon hij te verhalen in geuren en kleuren van de Onoverwinlijke vloot.

Pikmans oogen begonnen te glanzen. Ja, van die vloot had hij wel gehoord en was daar die jonge snaak op geweest. Dat was interessant.

En in een plotselinge opwelling greep hij Wim bij den arm en zei:

„Ga mee naar huis, Wim, dan moet je me dat alles uitvoerig vertellen. Hier is het te druk. In de achterkamer worden we door niets afgeleid."

Wat keek Marie verwonderd, toen beiden binnentraden ! Wel was Wim een enkelen keer thuis geweest, doch vader had nauwlijks naar hem omgekeken en' nu leken ze zulke dikke vrienden. Wat babbelden ze druk!

„Marie," viel vader plotseling uit, „heb je nog bier ? — Dan moet je Wim en mij een kroes brengen!"

Marie's verbazing werd zoo mogelijk noggrooter, doch ze lachte in zichzelf. Ze vond het wel prettig,, dat vader zoo met Wim ingenomen scheen. Doch Pikmans zette zich reeds bij het venster en vroeg:

Sluiten