Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat gebeurde er verder, jongen?"

„Ik bleef op 't schip van d'Oquendo, die was de admiraal van een der afdeelingen. Dat was toch zoo'n reuzenvaartuig en in de kajuit stonden kisten vol goudstukken!"

Pikmans oogen begonnen te schitteren.

„Wat zeg je, vol goudstukken? — Hoe weet je dat?"

I „Ik heb het gezien!"

„Och, kom, daar haalt de admiraal toch zoo'n kwajongen niet bij!""

Wim kleurde: hij voelde zich beleedigd, zoowel door de uitdrukking van buurman, als dat zijn woorden in twijfel werden getrokken.

Norsch antwoordde hij dan ook:

„En toch is het zoo. — Juan, de kajuitwachter, een Spaansche jongen, met wien ik veel omging, heeft het mij zelf laten zien!"

Pikman bemerkte niets van de verontwaardiging van Wim. Hij staarde weer, doch nu zat hij niet te suffen. Integendeel, zijn geest was werkzaam, want plotseling riep hij uit:

„En is dat schip totaal vernield?"

„Vernield? — Dat weet ik niet. Het is op de klippen geslagen. Wat er van beschadigd was, is mij

144

Sluiten