Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

148

Des andren daags was Pikmans nog vroeger dan anders uit de veeren.

„Ik moet naar Amsterdam, Marie," zei hij, op z'n gewonen korten toon, „vanavond kom ik niet thuis."

„Gaat u alleen, of —", stamelde Marie, zonder te weten, wat ze eigenlijk zei.

„Natuurlijk kind," was 't antwoord; „ik ga met de schuit van Krijn den veerschipper, ik moet een paar menschen spreken. — Vraag maar aan buurvrouw, of ze een beetje op je let. Ik — nou adjuus!" en haastig greep Pikmans een pakje, dat hij den vorigen avond reeds had klaargemaakt en verdween.

Marie zei niets. Ze wist bij ondervinding, dat vader altijd een beetje geheimzinnig was geweest en het niet kon verdragen, als hem gevraagd werd, waarom hij iets deed en hoe. Ze wist echter ook, dat, wat hij deed, voor haar bestwil was.

Zoodra de huiselijke werkzaamheden achter den rug waren, begaf ze zich naai" buurvrouw en vertelde alles, wat vader gezegd had.

Kalm luisterde moeder Jansz naar het verhaal van het jonge meisje.

„Ja, kind," zei ze eindelijk, „je vader heeft blijkbaar groote plannen. Ik heb hooren vertellen, dat hij een schip laat bouwen, geheel anders dan anders. Het

Sluiten