Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

149

moet — zeggen ze — wel vier maal zoo lang als breed zijn, een raar ding. De menschen beweren, dat het onmogelijk kan varen. Maar de baas van de werf doet natuurlijk, zooals hem opgedragen wordt."

„Maar," zuchtte Marie, „ik begrijp er niets van. Ik dacht, dat vader geen geld meer had en nou —"

Ze zweeg plotseling, als zag ze in dat ze over dingen sprak, die haar niet raakten.

Medelijdend keek buurvrouw haar aan.

„Je vader is een stille, Marie," zei ze eindelijk, „maar, och, hij zal wel weten, wat hij doet, want mijn man heeft altijd gezegd, dat schipper Pikmans een van de beste zeelui uit de stad is."

Terwijl de vrouwen het zoo druk hadden, stond Pikmans naast Krijn op het dek van het veerschip en het den frisschen wind om de muts waaien.

Het was voor hem slechts een klein tochtje. Een lekker Noordenwindje bolde het zeil en na eenige uren vertoonde Amsterdam zich reeds aan de kim.

Het IJ lag vol met schepen van allerlei slag. Krijn kende er echter den weg als in zijn geldbuidel. Behendig stuurde hij tusschen de botters en schuiten, de karveelen en vliebooten door en legde aan bij de Nieuwe brug.

Nauwlijks was de plank uitgeworpen, of Pikmans

Sluiten