Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i56

lag, voer Pikmans uit. Hij had slechts twee man aan boord, oude varensgasten, die door den schipper waren aangenomen, hem naar Amsterdam te brengen. Daar zou hij trachten lading te krijgen, had hij gezegd en tegelijk een bemanning te huren.

Nauwlijks waren ze het Hop uit en kon de schipper de leiding van zijn schuit aan een der matrozen overdragen, of hij riep Wim en zette zich met hem aan den voorsteven neer.

„Waar denk je wel, dat ik heen wil gaan, Wim ?" vroeg Pikmans, terwijl hij zijn jongen vriend onderzoekend aanzag.

Wim haalde de schouders op.

„Ja, buurman, dat weet ik niet en kan ik ook niet raden. Bij ons in Hoorn is er al druk over gesproken, maar niemand weet er een oplossing voor.

Een flauwe glimlach gleed om de dunne lippen van Pikmans.

„Het is dus geheim gebleven," zei hij eindelijk, „nu, dat is te begrijpen, want ik heb het niemand gezegd, of laten vermoeden. Ik zal het je echter vertellen, Wim. Ik ga naar de Iersche kust en wil trachten iets te vinden van de schatten der Onoverwinlijke vloot, waarover jij het zoo druk gehad hebt."

„Hè!" schreeuwde Wim en zijn oogen stonden

Sluiten