Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

164

Pikmans keek zoo zwart als de nacht. „Dat valt niet mee," en tegelijk greep hij zelf een haak.

Ook deze verdween in de diepte, hoewel Pikmans hem met de hand onder water vasthield.

„Hoeveel voet zou hier wel staan ?" bromde Wim „maar dat is te onderzoeken. We hebben een lijn aan boord en zullen de staaf er aan vastmaken.

't Volgend oogenblik plonsde het ijzer in 't water.

Belangstellend volgde Pikmans de lijn.

Hij merkte wel: het was dieper, dan zijn haken lang waren, al verschilde het niet veel.

„Haal maar in, Wim, en meet de lijn. We zullen een weinig verder gaan. Overal zal het toch niet even diep wezen."

Den geheelen morgen bleef men druk bezig, doch toen de vloed opkwam, was alle moeite vergeefsch,

„We zullen nog maar een lading planken halen, dan hebben we althans wat," zei Pikmans met zekere ironie.

Meer dan een week kruiste hun schip op de kust, nu hier, dan daar, doch waar ze ook kwamen, ze vonden niets van beteekenis.

„Ik heb het je wel gezegd, schipper, het helpt niks," herhaalde Krijnszoon en ook Klaas voegde er aan toe:

Sluiten