Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het voornaamste, wat op 't dek lag, hebben we den vorigen keer al gekregen, schipper."

„Ja, Wim, ik heb echter hoop, dat ik hier of daar met mijn dreg in een opening blijf haken en dan den boel uit elkaar kan werken."

„Dat zal wel toeval zijn, schipper," viel Govert in.

„Konden we maar onder water komen, dan —" ,Ja, maar dat kan nu eenmaal niet," antwoordde Pikmans gemelijk.

„Weet je wat, schipper," vervolgde Govert, „ik kan best zwemmen en duiken; voor tien daalders spring ik over boord en zal trachten of ik iets te zien krijg, maar dan moeten jelui me aan een lijn vasthouden."

Het gezicht van Pikmans klaarde op. „Meen je dat ?" vroeg hij. „Welzeker, schipper!" „Top dan! — Wanneer wil je?" „Wel, dadelijk als 't moet!" „Vooruit dan maar!"

Haastig ontkleedde Govert zich, kreeg een lijn onder de armen en sprong overboord.

De geheele bemanning stond op dek en oogde den roekelooze na.

181

Sluiten