Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

192

„En ook mijn nering en kom ik nooit bij mijn ouden mensch!" bromde Govert.

Nogmaal loerde Pikmans naar achter. Zou de vijand op hem winnen ? — 't Leek een flink schip. Nu moest blijken of zijn fluit zeilen kon of niet. Scherp bij den wind houdende, koerste Pikmans naar het Zuiden.

De fluit schoot prachtig door het water, de golven klotsten tegen den boeg, dat het een lust was.

„Winnen we, Wim ?" riep Pikmans.

„Ik geloof het niet, schipper. De Engelschman haalt ons stellig in. Eerst zag ik niks van zijn boeg en nu zie ik 't duidelijk!"

Pikmans verbleekte: zou nu toch alles mis zijn?

Wederom gluurde hij achteruit.

„Dan een paar streek naar stuurboord en den wind vlak voor 't lapje!"

De fluit schoot meer Zuid-Oostwaarts, doch de ander volgde onmiddellijk dezelfde richting.

„Hoe houdt hij zich, Govert?" vroeg Pikmans angstig.

„Nou, schipper, voor 't lapje haalt hij ons niet zoo gauw in als^straks!"

„Dan houden we 't zoo!"

Vol spanning volgden allen de 'beweging der schepen. Er hing te veel van af.

Sluiten