Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

197

Harm tuurde door de handen. ,,'t Is nog te heiig, schipper, we moeten nog wat wachten, voor we iets zekers kunnen zeggen." „Gelijk heb je."

Langzaam werd de oosterkim helderder, de nevels vervaagden en weldra kon men weer scherp de golven omlijnen.

„Ik zie niets, schipper!" juichte Wim.

„Ik ook niet!" lachte Govert.

„En ik evenmin!" herhaalde Harm.

„Dan gaan wij naar kooi. We hebben het wel verdiend!"

Met een verlicht hart gaf Pikmans het roer aan Harm over.

Alle ellende was nu geleden en zonder verdere stoornis werd Den Helder bereikt.

„We gaan naar Hoorn, mannen, als jelui later naar Amsterdam wilt, bespreek je maar een plaatsje bij den veerschipper."

En zoo gebeurde het.

Midden op den dag koerste de fluit de haven van Hoorn binnen.

Met gerechtvaardigden trots stond Pikmans aan het roer. Vroeg in den ochtend, bijna als een dief in den nacht, was hij vertrokken, terwijl velen in

Sluiten