Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

198

zijn vaderstad hem beschouwden als een halven gek; nu, geslaagd in zijn onderneming, kon hij als een overwinnaar terugkeeren.

Als een loopend vuurtje ging het door de stad: „Schipper Pikmans komt terug."

Aan den vorm van zijn schip had men hem dadelijk herkend.

Pas lag hij aan het Hoofd vastgemeerd, of tal van oude kennissen kwamen naar den schipper toe en bestormden hem met allerlei vragen.

Nadat Wim toch in Hoorn was geweest, kon het geen geheim blijven, wat Pikmans uitvoerde en iedereen begreep, dat zijn binnenvaren een bewijs van zijn slagen was

Ook schipper Jansz verscheen aan boord. Hij zocht naar Wim.

„Hoe gaat het er mee, jongen ?"

„Best vader, best en hoe is 't met moeder en de jongens!

„Goed gezond. — En hebben jelui nog al goede zaken gemaakt?"

„We zijn zeer gelukkig geweest, maar daar is de schipper."

Pikmans en Jansz gaven elkaar als oude bekenden de hand.

Sluiten