Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

199

„Ik heb veel nut van je zoon gehad, buurman, alles is best afgeloopen!"

„Ben je tevreden, Pikmans."

„Uitstekend buurman, voorloopig blijf ik maar aan den wal."

Spoedig was iedereen in de stad met het groote nieuws op de hoogte.

„Heb je 't gehoord ? Pikmans is schatrijk. Hij heeft al het goud van de Onoverwinlijke vloot opgevischt!"

„Och kom, al het goud?"

„Wil je 't niet gelooven. Ik heb 't van Wim Jansz en die is er zelf bij geweest. Hij is ook rijk en alle lui van de bemanning eveneens!"

Zoo werd er vertelden al waren niet alle schatten meegebracht, Pikmans had toch genoeg om er voortaan van te leven.

In de Muntstraat, welke in dien tijd juist bebouwd werd, het hij zich een woonhuis zetten.

Dat zou het kantoor worden voor de nieuwe handelszaak, welke hij oprichtte.

Govert was met de beide andere luitjes van de bemanning spoedig naar Amsterdam vertrokken. Zijn ouden mensch vond hij in Makenden welstand.

Hij vertelde haar van zijn geluk en beiden waren den koning te rijk.

Sluiten