Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MOEDER GAAT VERTELLEN. „Foei, jongens, niet kibbelen."

Verschrikt keek kleine Jan om. Hij had niet bemerkt, dat Moeder was binnengekomen. Zóó boos was hij op Wim, die hem eerst geplaagd had en toen gezegd, dat hij een kleine jongen was, die zich niet eens kon verdedigen.

Maar Wim schrok óók van Moeders stem, Wim, die al acht jaar was, en zooveel grooter dan zijn broertje. Moeder zei altijd, dat hij de wijste moest zijn en Janneman wat toegeven.

Gelukkig, Moeder vroeg niet waarom ze kibbelden. Maar Wim schaamde zich toch en voelde zich schuldig.

„Kom jongens, nu gaan we eens gezellig bij de tafel zitten," zei Moeder vriendelijk.

„Jantje, wat kleuren?"

„En jij Wim, wat lezen in je nieuwe boek?"

„Hé ja!" riep Janneman vroolijk en schoof zijn stoel bij de tafel, heel dicht naast Moeder.

Wim aarzelde. Bleef voor het raam staan. Keek in 't halfduister naar buiten.

Veel lust tot lezen had hij niet.

Sluiten