Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9

poos bleef Jezus nog aan het strand, om het volk toe te spreken, maar daarna ging hij mede met Mattheüs den Tollenaar.

Al heel gauw was het huis van Mattheüs vol menschen. Behalve de dicipelen, die Jezus altijd volgden, kwamen er ook tollenaren en zondaren binnen. Allemaal menschen, die van den Heiland wilden leeren.

Rfear er kwamen ook anderen.

Farizeërs en Schriftgeleerden, vijanden van Jezus, kunnen we hen wel noemen. Dezen kwamen met de bedoeling om den Heiland tegen te spreken. Want ze geloofden niet, dat Hij de Zoon van God was. De Christus, in de wereld gekomen om zondaren zalig temaken.

„Weet je 't nog wel, Janneman, hoe we het pas nog, met Kerstmis, gezongen hebben : „Er ruischt langs de wolken, een lieflijke naam, Die Hemel en Aarde vereenigt tezaam. Geen naam is er zoeter en beter voor 't hart, Hij balsemt de wonden en heelt alle smart. Kent gij, kent gij, dien naam nog niet, Dien naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied."

En dan het tweede vers: „Dien naam is naar waarheid mijn Jezus ook waard, Want Hij kwam om zalig te maken op aard. Zoo lief had Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf. Genade bij God door Zijn zoenbloed verwierf. Kent, gij, kent gij dien Jezus niet? Die om ons te redden den hemel verliet?

„Zie, zóó kenden die Farizeërs en Schriftgeleerden

Sluiten