Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

moeten jullie ook maar nooit vergeten. Want al is Vader niet thuis en Moeder niet in de kamer, dan is er toch Eén, die van uit den Hemel op jullie neerziet." „En verder" — Moeder" ongeduldigde Wim.

OP WEG NAAR JAÏRUS' HUIS.

Niet lang liet de Heiland Jaïrus wachten. Neen, dadelijk stond Hij op en ging mee op weg.

De discipelen niet alleen, maar nog heel veel andere menschen volgden Jezus. De meesten uit louter nieuwsgierigheid wat Jezus nu wel doen zou. Misschien zou er wel weer een wonder gebeuren, hoopten ze.

Even op weg, daar kwam in alle haast iemand hen tegemoet loopen. Een bediende uit het huis van den Overste. Een renbode leek hij wel.

Toen Jaïrus hem zag, begreep hij 't wel. 't Zou wel slechte tijding wezen, die hij bracht. De allerslechtste, vreesde hij. Zijn lieveling zou zeker al gestorven zijn.

En het vaderhart vergiste zich niet.'Want nauwelijks was Jaïrus van huis gegaan, of de kleine zieke had den laatsten adem uitgeblazen.

Dat bericht nu liet de moeder in allerijl aan haar man brengen door een van hun bedienden.

„Uw dochter is gestorven," zoo was letterlijk de boodschap, die hij overbracht.

„Wat zijt gij den Meester nog moeilijk?"

De slag, de zware, lang gevreesde slag was gevallen.

Sluiten