Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

muizen slapen, alleen Snelvoet waakt, want de vliegen, de rustelooze plaaggeesten van mensch en dier, plagen en sarren hem. Telkens doet hij een hap naar hen, doch telkens komen zij terug en maken hem radeloos. Daar kruipt er een in zijn oor en dol van den jeuk vliegt hij op, met zulk een geweld, dat de kar wipt, voort schiet, al vlugger en vlugger de helling af, steeds zijne vaart versnellend, tot met een smak ze neerkwakt tegen den boomstam onder bij het eikenhakhout.

De toren is omgeslagen, ratten en muizen loopen en rennen in verdwaasde onbeholpenheid op en neer.

Bart en zijne vrouw staan boven aan den berm te gillen en te schreeuwen en de vos sluipt uit zijn verbrijzeld rad de struiken in, de vrijheid tegemoet. Achter hem sluiten zich de dreigende takken, iedereen den toegang ontzeggend. Snelvoet is voor de tweede maal vrij!

55

Sluiten