Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaar, hoe intensiever Snelvoet's verstand werkt.

Van instinct is dan ook bijna niet meer te spreken, want zijne pogingen óm de jagers te misleiden zijn zoo doordacht, dat, ware het gezelschap niet zoo groot en de jachtleider niet zoo ervaren, het hem weinig moeite gekost zou hebben te ontsnappen. Nu voelt de vos echter de overmacht van het menschelijk intellect en moedeloos werpt hij de ooren naar achter en laat den staart sleepen.

Toch geeft hij den strijd niet op, al bloeden zijne pooten en jaagt de hijgende adem stokkend uit zijn keel.

Immer blijft het brein werken en als hij plotseling voor eene weide komt, waar eene kudde schapen graast, dan voelt hij, dat hier wellicht redding nabij is.

Zich vlug als de bliksem tusschen de schapen te werpen is het werk van een oogenblik.

Zijn instinct zegt hem, dat de honden hier zijn spoor zullen verhezen, dat zij bier zijn lucht niet kunnen vasthouden.

De schapen staan een oogenblik verwonderd te kijken en dan vluchten zij als eene bandelooze bende naar de overzijde der weide,

63

Sluiten