Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In statige vlucht met gelijkmatigen vleugelslag waren de wilde zwanen met den Noordoosterstorm medegekomen. De felle koude had hen uit het hooge Noorden zuidwaarts gejaagd en zonder verpoozing waren zij doorgevlogen naar de Zuiderzee, waar zij reeds jaren achtereen den winter hadden doorgebracht. Ook zij hadden het ijsmeer de beste plaats gevonden om in hun onderhoud te voorzien, want dagelijks konden zij den buik vullen met het malsche zeewier, terwijl talrijke visschen, die onder het ijs geen lucht konden krijgen, hierheen getrokken, een welkomen buit waren.

Maar feller dan ooit heerschte de winter, en ook zij waren met de anderen opgejaagd en nu zwierven zij onder klaaglijk gef^g over de wijde vlakte. Eerst bleven zij bij elkander, doch langzamerhand, als begrijpende, dat zij ieder voor zich gemakkelijker voedsel konden vinden, hadden zij zich verdeeld.

Wederom is de nacht gekomen. Langzaam, majestueus klimt aan de Oosterkim de maan en brengt met zich mede de knetterende, vonkensprenkelende koude, en als eene wijde,

84

Sluiten