Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging met schellen kef over de bosschen zenden en wachten op het wederwoord.

De beuken hadden hun covercoatjasjes reeds uitgetrokken en heten de groene malsche blaadjes al zien ; hetpruttelend eikenblad had eindelijk den tak losgelaten, de fitis en tjiftjaf heten zich al hooren, toen het gevecht zou plaats hebben.

Met de staarten hoog opgeheven, de nekharen rijzend, de ooren in den nek geworpen, draaien de vossen om elkaar heen.

Een korte grom, een kwaadaardige snauw, een bliksemflikkerend oogenspel en dan weer de kringloop, zoo leiden Snelvoet en zijn mededinger den strijd in.

't Is eene geduchte partij, waarmede Snelvoet moet strijden. De vele litteekens aan pooten en oor, de diepe snede van oog tot neus vertellen van menigvuldige gevechten, waaruit vele ervaringen geput zijn. 't Is een oude vos, de oudste der Veluwe, met kracht en hst gewapend. De boeren noemen hem „Roofgauw" en hij is de stamvader van vele geslachten.

Plotseling doet Snelvoet een aanval, doch de ander is vlugger nog, heeft met snelle wending zich gedekt en neemt nu een kans waar.

91

Sluiten