Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In vliegende vaart snellen de paarden vooruit, nemen sloot en omheining, struikelen en springen weer op, altijd voorwaarts de wilde jacht achterna.

Snelvoet had reeds lang te voren het gevaar voelen komen. Hij wist, dat 't om hem ging, doch ook, dat zijn vrouwtje voor haar leven zou moeten loopen.

Hij zou de honden trachten te misleiden, en ze van het hol wegvoeren en daarom ging hij ze, inplaats van te vluchten, tegemoet.

^Vaar de beek zich de heide inslingerde, het hij zich even zien en toen kreeg hij de geheele meute achter zich. Sneller dan de wind stak hij het heideveld over, keerde weer langs een diepen heideweg terug tot aan de beek, waadde een eind door het water, waar de honden het spoor niet meer konden vasthouden en rende toen naar een kreupelbosch van eiken, waar hij een oogenblik rustte.

Doch Maarten was een goede vossenjager en niet lang duurde het of hij had de honden op het spoor gebracht, dat naar en van het hol liep en nu begon opnieuw de jacht, want het vrouwtje was weldra opgejaagd en liep om haar leven.

106

Sluiten