Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11

Jaapje, dat er maar niet toe komen kon, zijn spaarpot aan te spreken.

Alle kinderen hadden een spaarpot, maar geen hunner was er zóó zuinig op als Jaapje.

Als die spaarpotten eens hadden kunnen spreken, dan zouden ze heel wat te vertellen gehad hebben en niet weinig trotsch zijn op hun inhoud, want het was allemaal „verdiend" geld, wat er in zat.

Hadden de kinderen een bijzonder mooi rapport, dan stopte Vader er wat in; brachten zij een briefje in de stad weg, dan „verdienden" zij den postzegel; deden zij een boodschap, dan kwam dit den spaarpot ten goede.

In één woord: er waren allerlei dingen, waardoor hun spaarpot gevuld werd en als er dan een verjaardag was, gaven zij een cadeautje van hun eigen verdiend geld. Wat vonden ze dat aardig! Allen waren het er over eens, dat een zelf verdiend dubbeltje veel leuker was dan een gekregen kwartje en de cadeautjes, die zij uit hun spaarpot kochten, hadden voor degenen, die ze kregen, altijd groote waarde.

Allen konden best wat missen, vonden het zelfs prettig wat te geven, allen behalve Jaapje, die altijd heel moeilijk afstand kon

Sluiten