Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

Ruim zeven maanden heeft dat beleg van Haarlem geduurd, en Alva had in dien tijd niet minder dan vijfduizend manschappen zien sneuvelen en ruim zevenduizend aan ziekten, die gevolgen waren van koud weder, vermoeienissen en ontberingen, zien sterven. Dat was een verlies van twaalfduizend man, en in al dien tijd moest hij geduldig toezien, dat men, het geheele land door, gebruik maakte van de gelegenheid dat er geen Spanjaarden waren, om de plannen van Prins Willem van Oranje ten uitvoer te brengen.

„Zonder geld geen Zwitsers," zeide eens de lijfwacht van een Franschen Koning, maar Alva had reeds toen kunnen zeggen : „Zonder geld geen huurlingen, die als soldaat hun leven wagen."

Zoolang hij in de Nederlanden geweest was, had Koning Filips hem met geldgebrek laten worstelen. Dit was oorzaak geweest, dat Alva zijne toevlucht wel had moeten nemen tot het heffen van de nieuwe belasting, die onder den naam van „Tienden penning" Roomsen en Onroomsch verbitterde en tegen hem in het harnas joeg.

En, de verliezen aan duizenden menschenlevens nog niet eens mede gerekend, welke schatten van geld had dat langdurige en moeitevolle beleg niet verslonden ! De toch reeds zoo berooide geldmiddelen van de Regeering waren daardoor nog veel meer in de war gebracht, zoodat Alva niet wist hoe zich te bewegen.

En wat volgde er na Haarlems val, dat den Spaanschen Koning bewegen kon om zijn veldheer voor een keer eens uit die geldelijke moeilijkheden te verlossen ? Was het de eene overwinning der Spanjaarden na de andere ? Neen, het was juist het tegendeel. Zeer hort na de inneming van Haarlem was Don Fadrique, vol hoop op eene nieuwe verovering, met zijn leger opgebroken en naar Alkmaar vertrokken om ook deze stad in te nemen. Hij werd daar echter, na die stad gedurende korten tijd belegerd te hebben, zoo' bloedig afgeslagen en terug gedreven, dat niet alleen de Alk-

Sluiten