Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

lang, de tweede of derde stad in Holland, niet alleen in macht en welvaart, maar ook in bevolking. Duidelijk blijkt dat uit het volgende. Hertog Filips I, de Goede, van Bourgondië, liet in 1426 Haarlem vijfduizend, Leiden en Delft ieder vijfendertighonderd, Amsterdam drieduizend, Hoorn tweeduizend, Rotterdam, twaalfhonderdvijftig en Enkhuizen zeshonderdvijfentwintig schilden betalen aan de soldij van vijftienhonderd gewapende mannen. Het is duidelijk, dat de grootte der bede berekend werd naar de meerdere of mindere welvaart en de bevolking dezer steden. In 1468 werd door Karei den Stouten, die niet minder dan vijfhonderd tweeëndertigduizend achthonderd schilden noodig had, om dat geld eene bede uitgeschreven, en weer werden Leiden en Delft voor een zelfde bedrag het eerst na Haarlem genoemd.

Nu, de bevolking, die waarschijnlijk uit omstreeks twintigduizend zielen zal bestaan hebben, was dan ook vrij welvarend. Die welvaart had de stad in de eerste plaats te danken aan „het reeden en drapieren van verscheyden soorten van Coopmanschappen, als Bayen, Sayen, Greynen, Laeckenen, ende andere dinghen meer" en in de tweede plaats aan den in-, uit- en doorvoer van de voortbrengselen der vruchtbare omstreken, „waer mede niet alleen de Borgeren en de Inwoonderen deser Stede, alhoewel deselve een groote menichte zijn, ende veel behouven, maer alle de omleggende Steden ende Plaetsen, ryckelicken van deselve versien ende ghespyst werden met allerley Suyvel, als Boter, Kase ende Vleesch van verscheyden gheslachten."

Dat er welvaart heerschte bleek ook uit: „Rondomme becingelt zijnde met ontelbare Lust-hoven ofte Thuynen, dewelcke een oneyndelicken Schat waerdich zijn, vermits 't merendeel van dien rijckelicken versien zijn met schoone Speel-huyskens, Fruyt-Boomen, costelicke Bloemen ende andere lief lickheden." Verder vond men er achttien „Heeren Huysen en Slooten, al te samen int' ronde de alderverste wat meer als een Myle weechs van deser Stede gheleghen."

Sluiten