Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

jij," — hij tikte den soldaat, die zoo dapper met zijn handschoen kon slaan, op den schouder — „eenvoudig zegt: „Komt eens nader, als je durft," dan loopen ze alle zes-en-tachtig met den Bevelhebber aan het hoofd, zoo gauw weg, als ze maar kunnen! Het is een bende koekbakkers, en ik, al ben ik maar een eenvoudig schipper op een tentsnebbe, of, zooals nu, zoetelaar, ik wil wel zeggen, dat ik ze sta, en allemaal tegelijk ook/'

Toen Pieter dat zoo zeide, trok hij een heel dapper gezicht, doch geheel dat krijgshaftig voorkomen was in een oogenblik verdwenen, toen Meester van Aecken, de waard, hem bij den kraag greep, en met de woorden: „Geen ophitserij hier, manneke," bulten de deur zette. Hierop keerde hij terug en zich tot de negen of tien soldaten wendend, zeide hij: „Mag ik je verzoeken mijn herberg te verlaten, mannen ?"

„Wel, jou Wijn- en biervervalscher, als wij nou niet eens willen, wat doe je dan ?" vroeg de dappere handschoen-man, terwijl hij uittartend de beide beenen op tafel legde en brutaal lachend Meester van Aecken aankeek.

Meester van Aecken zeide niets, doch de deur naar zijn werkplaats openend, riep hij: „Toe, jongens, komt me eens even een handje helpen om windbuilen op straat te gooien !"

„Goed, Meester," klonk het, en bijna op hetzelfde oogenblik traden vier forsche gezellen, met een schootsvel voor, in de gelagkamer.

„Ik neem dien man met de beenen op tafel voor mijn rekening," zeide Meester van Aecken. „De anderen Zijn voor jelui! Opgepast! Schuiven zoo gaan ze P'

Pas was dit gezegd, of de handschoen-held spartelde, als een paling, in de ijzeren vuisten van den goudsmid, en, eer de dappere man er aan dacht, lag hij al op straat, waar hij gevolgd werd door al de anderen. Meester van Aecken sloot de deur en zeide: „Dank je, mannen ! Dat is Weer gebeurd!"

Sluiten