Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46

op het roer zijner tentsnebbe, onverschillig en onbeweeglijk op het zacht kabbelende water van den Rijn stond te kijken.

„Arm volk," zeide hij vrij luid tot zichzelven, „zal dan al het vergoten bloed tevergeefs gevloeid zijn ? Zijn Egmond en Hoorne met zoovele andere Nederlandsche Edelen daarom onder de bijl van den rooden man gevallen ? Heeft de Prins van Oranje daarom al zijn bezittingen opgeofferd, en zichzelven met lichaam en ziel aan de belangen der Nederlanden gewijd ? Zijn daarom al die menschenlevens en schatten verspild, om ten slotte toch té bukken voor het geweld, en machteloos zich te onderwerpen aan de willekeurige handelingen van een tiranniek Vorst ? Bij Sint-Andries, wèl mag men van den nieuwen Landvoogd Requesens den mond zoo vol hebben, en zijn edele hoedanigheden ten hemel verheffen! Als die man edel is, ben ik vast een heilige of, op zijn minst genomen, zoo: rein en deugdzaam, als een Zusterke van Nazareth!"

„Hei, wat snap je daar van een Zusterke van Nazareth ? Heb je altemet een vrachtje voor de eerwaarde Abdisse van dat Convent?"

De aangesprokene z?g op en keek in het grijnzende gelaat van schipper Jurrie Thijsz., die met zijn snebbe vlak naast hem lag.

„Neen," zeide van Schaeck, „ik heb geen kloostervracht."

„Anders, het kon wel; want de Eerwaarde vrouwe duikt niet onder hare huive, als ze een knap schippersgezel te zien krijgt. Hi, hi, hi!" grinnikte Thijsz.

„Wat je daar zegt van de Abdisse staat je liederlijk gemeen, Jurrie! Als ik in jouw plaats was, zou ik die zoutelooze aardigheden maar laten varen, en die aanvallen niet richten op de deugd van Zusterkens, in wier schaduw jij niet staan kunt. Je deedt dus verstandig hierover te zwijgen. Want, óf je meent niet, wat je zegt, óf je wilt mij de tong los maken, óf je bent een grove spotter I"

„Ben jij dan geen Calvinist ?" vroeg Jurrie, en zijn gelaat vertoonde weer dien valschen, leelijken grijnslach.

Sluiten