Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48

dezen steenen brug te kijken, als een hond op een halve deur; Jurrie ligt er nog langer. Waar zou het heen moeten, 200 Leiden eens opnieuw en onvoorziens belegerd werd, en vóór dien tijd, met den meesten spoed, van levensmiddelen moest voorzien worden ?"

„Nou, als het dat maar is, dat in den weg zit," merkte Jurrie aan, „dan loopt het zoo'n groote vaart niet, want voor een belegering van Leiden bestaat vooreerst geen gevaar, zou ik denken. Valdez heeft het beleg immers opgeheven ? Laat zien, het is gisteren al zeven weken geleden, dat hij met de zijnen is vertrokken. De Magistraat van Leiden kan er gerust op zijn, dat Valdez het niet opnieuw beproeven zal, onze veste te belegeren. Hij heeft in die vier-en-twintig weken en drie dagen van dat beleg al genoeg kunnen zien, dat hij de stad tóch niet krijgt. En, als ik iets in den Magistraat te zeggen had, zou ik ook niet dulden, dat de pakhuizen zoo met koren beladen werden. Het is een uitgave, die groot is, die op de burgerij drukt en die ten slotte geen mensch eenig voordeel, en alleen ratten en muizen een tafeltje welbereid bezorgt. Wat valt er tegen in te brengen ï"

„Zou men niet zeggen dat onze Jurrie klerk geweest is ?" riep van Schaeck. „Hij spreekt als een Minnebroeder uit het Hoogewoerds-convent. Maar dat is zeker, dat de Magistraat wèl zal doen, zoo hij zich aan de praatjes van zulke lui, als Jurrie, wat minder stoort. Hoe is het verleden jaar gegaan ? Waren er toen niet van die verraders binnen de stad, die de Regeering wisten te bewegen, geen levensvoorraad in te nemen, en die in stilte met den Spanjaard heulden ? Mij dunkt, de Leidenaars deden wél, zoo ze doof bleven voor dergelijk gekal. Het ware beter, zoo ze toonden, geleerd te hebben, de verraders en Spaanschgezinden te onderscheiden van hen, die het goed met den lande meenen!"

„Zeg er eens even! Je ziet me bijgeval toch niet voor zulk een lagen verrader aan ?" schreeuwde Jurrie, zich zeer verontwaardigd aanstellende.

Sluiten