Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

79

smijt een ketel kokend mout over je hoofden! Laat dien schippersjongen zijn wedervaren van dezen nacht vertellen! Bijlo, jongen, je staat daar als een Franciskaner, die de passie preekt! Komaan, toon je kunsten en laat ieder hooren welke kostelijke leugens je uit de mouw weet te schudden!"

Nadat de bierbrouwer dien stroom van woorden meer uitgebulderd dan gesproken had, ontstond er stilte en kon de knaap beginnen.

Zoodra hij echter begon te vertellen, dat Pieter van Wezel, en niemand anders, een Spanjaard uit het Convent der Witte Nonnekens naar de Marepoort gebracht had, begonnen eenigen te schreeuwen: „Te water met dien aartsleugenaar! Al wat hij daar van dien armen van Wezel vertelt, is schandelijk gelogen. Gooit hem er af! Slaat hem dood! Grove leugens zijn het, niets anders! Van Wezel is een braaf en eerlijk Leidsch poorter! De jongen discht schandelijke leugens op!"

„Dat is niet waar," riep Cornelis. „Wat ik zeg is waarheid, en „Pier Quaet-Gelaet", die daar achter Neeltgen Dirksdochter, de warmoesvrouw, zich verscholen houdt, mag mij tegenspreken, als hij kan."

Brutaal trad Pieter van Wezel te voorschijn, hield de vuist voor Cornelis gelaat en riep: „Hier ben ik, schavuit! Zeg nu nog eens, als je durft, dat ik „Pier Quaet-Gelaet" heet en verraders streken uithaal 1 Zeg op, wat ben ik?"

„Een Glipper en verrader," klonk de stem van Cornelis, doch juist toen „Pier" hem een stomp in het aangezicht wilde geven, sloeg Cornelis die vuist neer, en de volle hand kwam in zulk een aanraking met Piers wang, dat de slag luid weerklonk.

„Smijt hem naar beneden !" riep de een.

„Geef den leugenaar een pak ransel," schreeuwde een ander.

„In de Hooigracht! In de Hooigracht met dien kwaadspreker," barstte een derde los.

Sluiten