Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

81

schold mij voor Glipper en verrader, en dat laat ik mij maar niet zoo aanleunen!"

„En de andere van die twee heeft dezen turfdrager met een keisteen bijna doodgegooid," liet de bierbrouwer zich hooren.

„Zoo die beide jongens aan eenig kwaad schuldig zijn, zullen ze ervoor gestraft worden," sprak van Bronkhorst bedaard. „Doch hoe het zij, jelui gaat allen heen, of ik jaag je met geweld uit elkander !"

De dreigende houding had uitwerking en de menigte ging, hoewel morrend, uiteen.

„Gelukkig dat de knapen niet dadelijk geroepen werden zich te verdedigen, anders had het er slecht voor ons uitgezien, Jurrie!" sprak de bierbrouwer.

„En zoo ze gesproken hadden, wat dan ? Zijn wij in Leiden niet machtig genoeg, de zaken naar onzen zin te krijgen ?"

„Wel, wat ben je een vreemdeling in Jeruzalem! Weet je dan niet, dat we te midden van dien grooten hoop van oud en jong, niet veel sterker dan tien personen waren ?"

„En het meerendeel riep: „Sla dood 1" Hoe is dat dan mogelijk?" vroeg Jurrie.

„Dat is zóó mogelijk," antwoordde de bierbrouwer, „door op een gegeven teeken te schreeuwen: „De bengel verkoopt ons grove leugens," schreeuwden de anderen ook mee. Het volk denkt niet door, Jurrie! Het handelt naar den indruk van het oogenblik. Maar juist daarom kunnen we er niet op rekenen. Nu zijn ze onze beste vrienden, en een half uur later onze bitterste vijanden."

„Echt gemeen volkje toch en veranderlijk als de wind," liet van Wezel hierop volgen, doch de bierbrouwer, die Spaanschgezind was en dat voor niemand verborg, wist zeer goed, wat hij aan Pieter van Wezel had. Hij keek hem minachtend aan en zeide: „Veroordeel anderen niet zoo vlug, van Wezel! Ik vind dat lui, die voor een goede som gelds aan de zijde van Spanje staan, maar voor een betere som hard naar den Geus overloopen, nog veel gemeener zijn."

De Schippersjongen. 6

Sluiten