Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82

Menschen, zooals deze bierbrouwer er een was, waren er zeer veel in ons land en ook in Leiden. En wanneer we later van hen hooren, dat ze de Regeering der stad tegenwerkten, dan is het verkeerd om hen terstond van kwaadwilligheid of verraad te beschuldigen. Zij meenden het eerlijk, als ze den Koning en diens Landvoogd getrouw bleven, en het was hun vaste overtuiging, dat ieder, die het met den Prins hield, op den dwaalweg was. Daardoor kwam het, dat de brouwer Jurrie haatte, en toen deze riep : „Zeg dat nog eens als je durft," hem toesnauwde: „O, nog twintig- of dertigmaal, als je dat verkiest! Als men in het veen is ziet men op geen turfje!"

„Ben je dan heelemaal de kluts kwijt, dat je er niet aan denkt, dat ik je aan de galg kan brengen ? Hoe zou het je aanstaan, als ik den Magistraat eens kennis gaf, wie hier in de stad briefwisseling met Valdez houdt ?"

„En als ze dan vroegen: „Hoe weet je dat zoo ?" zou je dan zeggen: „omdat ik de brieven bezorgd heb 1" Maar, weet je dan niet, man, dat jij stellig, als vreemdeling, nog veel gauwer aan de galg zoudt hangen spartelen, dan ik, die een geboren Leidenaar ben ?"

„Hoor eens, brouwer, als je mij nog eens sart, bij alle Heiligen, ik bezweer het je, dan zal ik alles bij de Vroedschap aanbrengen 1"

„En dus leven tegen leven stellen ? Och, ik ben daaromtrent gerust, dat durf je niet! Daartoe bezit je den moed toch niet! Maar laten we liever instede van elkander de huid vol te schelden, op middelen zinnen om zelf intijds uit de stad te komen, of den Spanjaard in de stad te brengen !"

Hierop begonnen deze twee een gesprek en besloten samen, om in den eersten tijd zich over niets uit te laten en de kat uit den boom te kijken.

Zoodra ze echter van elkander gescheiden waren en hun woningen opzochten, bromde Jurrie: „Met dien brouwer is het kwaad kersen eten. Hij gooit met de pitten, en is zoo trotsch,

Sluiten