Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98

ons allen, en toch voor meer geld dan veertien dagen geleden 1 Waar moet het heen?"

Het was deze eenvoudige schippersvrouw niet alleen, die de verzuchting: „Waar moet het heen?" liet hooren, want men kon haar vernemen niet enkel in de huizen, die men binnentrad, neen, ook op de straten, bij de leuningen der bruggen, op de wallen, in de wachthuizen, in de taveernen, in de stilstaande weverijen, in de kerken. Ze klonk uit den mond, men las haar van de wangen of uit de oogen : „Waar moet het heen ?"

NEGENDE HOOFDSTUK. Mislukt Zondagsswerk.

Het was een verrukkelijk schoone zomernacht. Geen koeltje werd gevoeld en het zilveren schijnsel der maan wierp over alles een tooverkleed. Het was een nacht om er van te genieten, als. ... ja, als men maar niet in een belegerde stad, te midden van drukkende zorgen en treurige gedachten woonde. In Leiden althans genoot men niet van dien heerlijken zomernacht, en evenmin scheen men ervan te genieten daar buiten de stad in de schansen, die van de Leidsche wallen af, zeer goed in het maanlicht te zien waren.

Op de wallen werd eene scherpe wacht gehouden, en zoo vinden we in den voornacht tusschen den derden en vierden Juni, tusschen de Hoogewoerds- en Koepoort, een jong musketier heen en weer loopend met het musket over den schouder, en nu en dan eens stilstaand om den omtrek te bespieden. Hij moest zorgen, dat de vijand niet in alle stilte onverhoeds de wallen beklom.

Die jonge musketier was Leeuwke, en dat hij wat moest zien, bleek uit zijn staren in de richting tusschen de JaepClaesz-schans en de half voltooide Lammenschans, die reeds bij het eerste beleg opgeworpen was aan den water-viersprong, gemaakt door de ontmoeting van de Roomburger watering en

Sluiten