Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

143

deelt den Heeren, volgens plicht en geweten, den toestand mede, waarin het benarde Leiden verkeert."

Wij deden dit naar de zuivere waarheid, en toen wij uitgesproken hadden, vroeg de Prins: „Wat dunkt u, Heeren, moeten de Leidenaars niet geholpen worden ? Kan ons één offer te groot zijn ?"

„Wat stelt Uwe Doorluchtigheid dan voor?" vroeg de Advocaat van Holland, Meester Paulus Buys.

„Gij kent mijn voorstel, Heeren," zeide de Prins. „De Maas- en IJseldijken moeten doorgestoken en het land onder water gezet worden. Het water moet onze bondgenoot worden : wij hebben geen anderen."

„Ik heb berekend," sprak nu een Lid, „dat dit aan ons gewest een som van niet minder dan zevenmaal honderd duizend gulden zal kosten. Dat gaat boven onze krachten, Uwe Doorluchtigheid 1"

„Alle onkosten zullen ponds-pondsgewijze door heel Holland betaald worden."

„Maar al het land wordt door het water bedorven, Uwe Doorluchtigheid," sprak weer een ander.

„Beter bedorven dan verloren land, Heeren," antwoordde de Prins.

„Toegegeven," zoo sprak nu een derde, „maar Rijnland ligt hooger dan Schieland en Delfland. De Landscheiding bij Zoetermeer houdt het water tegen."

„Dat kan niet tegengesproken worden, Heeren 1 Maar ook de Landscheiding moet doorgestoken worden." :

„Alsof Valdez geduldig zal toekijken, als dat gebeurt! Wij hebben geen leger om den vijand te wederstaan," bromde een vierde.

„Wij hebben in Zeeland Watergeuzen, en als deze aangevoerd worden door een man als Louis Boisot, dan gelden ze voor meer dan een leger.'*

Een der Heeren, die nog niet gesproken had, lachte en zeide: „Zijn de Watergeuzen dan vogels geworden ? Hoe zouden ze met hun schepen, die zelfs te veel diepgang heb-

Sluiten