Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

145

dijk, en de Maasdijk is doorgestoken tusschen Rotterdam en Delfshaven. De sluizen te Rotterdam en te Schiedam staan niet alleen open, maar de vijf sluizen bij Vlaardingen ook. Het water stroomt nu over het land en — Holland wordt een binnenzee. Wat zeg-je nu ?"

Diep ontroerd stond van Keulen op en Bakkers hand drukkend, zeide hij : „Leiden doet veel; maar Holland doet niet onder. Ik zal niet meer morren, maar het hoofd omhoog houden, dat beloof ik, dat zweer ik bij al wat heilig is!"

Moeilijk zou het zijn den indruk weer te geven, welken dat blijde bericht maakte op de heele bevolking. Het liet zelfs de heftigste ontevredenen zwijgen en legde een slot op hun mond, of, om een uitdrukking van die dagen te gebruiken, het liet „de tong in den lomberd brengen."

De toegang tot de wallen was wel verboden aan ieder, die niet met de wapenen de stad diende, doch men zag het nu door de vingers, dat elk oogenblik nieuwsgierigen kwamen om het wassen van het water te zien, want hiervan hing het ontzet geheel af. Die toeloop verminderde evenwel met eiken dag, want, was het water wel iets hooger dan het gewone zomerpeil, toch was er geen sprake van, dat de weilanden onder stonden. Helaas, het doorsteken der dijken had niet gebaat, omdat bij de Noordoosten-, Oosten, en Zuid-oostenwinden het zeewater niet hoog genoeg kwam om het peil in Maas en IJsel op te voeren.

En onverdroten zwaaide het Hongerspook den schepter. De pest nam ook weer toe. De wakkere Bronckhorst, die met zulk eene vaste hand, in naam van den Prins, de Stadsvoogdij uitgeoefend had, stierf en werd opgevolgd door Jonker Johan van der Does, dien men wel, als Bevelhebber, der verdedigers had leeren kennen, doch wiens daden, als Stadsvoogd, men nog afwachten moest.

„De tongen werden weer uit den lomberd gehaald" en de tegenstand begon opnieuw. Sterker dan ooit traden de Spaanschgezinden op, en schreeuwden op straat de anderen

De Schippers} ongeil. 10

Sluiten