Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

152

„Kort van memorie, kameraad, kort van memorie! Het wachtwoord is anders gemakkelijk genoeg voor een Hollander te onthouden, het is: „Haarlem en Leyden!"

„Lomperd, die ik ben, dat is waar ook 1 Maar zeg, wij staan onzen tijd hier te verbabbelen en we vorderen niet. Ik ga er van door, hoor! Morgen met den noen zal je „Bruine Sanne" den ring hebben. Maar van wien moet ik zeggen, dat hij komt ? Hoe heet-je nog meer dan Jean ? Of begrijpt ze er alles van, als ik maar zeg, dat Jean vraagt, of ze den ring van zijn Moeder dragen wil ?"

„Ik heet Jean Lebon en ben musketier in het vendel van Jan de Nester!"

„Goed, ze zal het weten ! Goeden avond, kameraad !"

„Als je mij noodig hebt en ik kan je ook eens een dienst doen, dan wil ik je graag helpen, hoor! Vergeet dat niet! Én nou, God en Sint Jan, mijn Schutspatroon, geleiden je!"

De twee drukten elkander hartelijk de hand en gingen ieder hun weg.

Of de schildwachten aan de schans te Valkenburg sliepen, dan wel of er aan de zijde van Rijnsburg geen stonden, wie zal dat zeggen ? Maar zooveel is zeker, dat Cornelis het wachtwoord volstrekt niet noodig had, en dat hij zonder iemand ontmoet te hebben, ongestoord, in het holle van den nacht, in het dorp aankwam.

Het was duidelijk te zien, dat hij meer in dat dorp geweest was; want zonder nauwkeurig rond te kijken, of hij wel op den rechten weg was. ging hif een klein steegje in en stond eindelijk voor een vervallen, armoedig huisje stil.

„Ja, het is wel laat; maar ik zal toch maar eens aankloppen," fluisterde hij en gaf er onmiddellijk gevolg aan.

Het duurde nog al een geruime poos eer hij eenige beweging hoorde.

„Heeft er iemand geklopt ?" vroeg een man achter de deur. „Ja, ik heb geklopt," antwoordde Cornelis en vroeg meteen: „Woont hier Jan Leendertsz. Veriaën nog?"

Sluiten