Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

155

■dat je bij mijn Zuster helpen zult, zooveel als maar in je vermogen is ?"

Cornelis beloofde het gaarne en meende reeds heen te gaan toen Oom Jan naar de spinde ging en er brood en spek uithaalde.

„Hier, jongen, eet zooveel als je lust," zeide de goedige oude. „Ik zal mij onderwijl wat aankleeden en dan breng ik je door de duinen langs den naasten weg naar Wassenaar! Als je daar maar bent, dan is er geen gevaar meer !"

Volgaarne nam Cornelis het aanbod van Oom Jan aan en at met een graagte, die bewees, dat hij zulk een maaltijd in langen tijd niet gedaan had.

Toen beiden gereed waren, gingen ze op weg, en bereikten tegen het aanbreken van den dag Wassenaar.

Hier namen ze afscheid van elkander en Cornelis beloofde, dat hij, terugkomende, weer zijn weg over Rijnsburg nemen zou, als het ten minste eenigszins kon.

Het was een prachtige morgen, toen Cornelis te 's-Gravenhage, dat toen niet veel meer dan een groot dorp was, binnenkwam- De menschen stonden in dien tijd wat vroeger op dan thans het geval is, zoodat we ons niet al te zeer verwonderen moeten, dat alles reeds in beweging was.

„Wel, vrindschap, kan-je mij ook zeggen, waar de Eerwaarde heer Pastoor Vincentius Hugo woont? Ik heb een boodschap aan hem te doen," zeide Cornelis, zich met deze woorden tot een hoefsmid wendend, die al druk bezig was een paard te beslaan.

. „Jawel, jonkman! Maar Zijn Eerwaarde zal nog niet op zijn! Het is nog wel wat vroeg!"

„Ja, maar bij Zijn Eerwaarde moet ik eigenlijk ook niet zijn ! Ik moet bij den koster wezen !"

„Bij den koster ? Dat tref-je ! Mijn dochter is daar dienstmeid en gaat er zoo op het oogenblik heen! Stil, daar is ze, al! Sanne, die borst moet bij den koster zijn en weet den weg niet!"

„Wel, Vader, dan kan hij met me mee gaan ! Kom maar

Sluiten