Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

157

Het meisje kleurde en zeide niets.

„En ik heb een boodschap van Jean aan jou," vervolgde Cornelis, en reikte haar meteen den ring over, zeggende: „Hij heeft me verzocht je dit te geven. Het is het ringetje van zijn lieve Moeder zaliger, en hij vraagt of je het, hem ter liefde, aannemen en aan den vinger dragen wilt."

Blozend nam Sanne het ringetje aan en vroeg, wanneer hij weer naar het leger dacht terug te keeren.

„Ja, dat kan vandaag en dat kan morgen zijn," antwoordde Cornelis.

„Als het nu eens morgen was, dan zou ik misschien iets van de bestorming van Leiden kunnen zeggen; want morgen komt Don Valdez hier op het jaarfeest van Zijn Eerwaarde. Mijn Meester moet dan dienen, en zal lichtelijk wat hooren van de bestorming van Leiden. En daar hij nog al babbelachtig is, kom ik zeker er wat van te weten!"

Cornelis stond verwonderd te kijken, dat er van een bestorming van Leiden sprake was, en besloot nu het meisje geheel uit te hooren.

Het scheen echter, dat zij er zelve op het oogenblik niets meer van wist dan dat, wat ze gezegd had en daar Cornelis het in het belang der Leidenaars rekende, zoo hij met den terugtocht tot den anderen dag wachtte, zeide hij :

„Hoor eens, ik moet naar Rotterdam, en nu zal ik het wel zoo weten aan te leggen, dat ik morgen eerst naar huis kan. Wanneer denk-je, dat ik komen kan ?"

„Wel, laat zien! Met den noen komt Don Valdez en dan zal het maal om drie uur zeker wel al afgeloopen 'zijn, en de koster alles aan zijn vrouw en mij verteld hebben. Ik zal tegen vier uur aan de deur staan, en als ik er niet ben, dan klop-je maar aan en je vraagt eenvoudig naar Sanne van den hoefsmid 1"

„Maar als Don Valdez me dan eens zag!"

„Don Valdez komt alléén, en, als hij hier is, dan heeft hij wel wat anders te doen, dan door het raam te kijken, wie

Sluiten