Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

187

besten weg om tot Leiden te komen, want door een vaart is er dan gelegenheid in den Zoetermeerschen plas te geraken!"

„Maar, Oom Jan, dan moet men de brug voorbij, en ik heb gehoord, dat hier niet meer of minder dan dertig vendels Spanjaarden liggen!"

„Al lagen er honderd vendels, zonder moeite krijgt men niets gedaan. Geloof me, beste jongen, ik spreek uit ondervinding, en laat dit nu je wraak zijn, dat je van Boisot hiertoe tracht over te halen; want ik zeg je: als dat gedaan wordt, en de wind komt eens uit dien Noordoosten hoek, waarin hij wel vastgevroren schijnt te zijn, in het Noordwesten, dan staan in een paar dagen alle polders om Leiden blank, en zal er water genoeg zijn voor de schepen om verder te komen 1"

Cornelis beloofde, dat hij dit aan den Admiraal zeggen zou en begaf zich, met de drie anderen, op weg langs het naaste pad door de duinen naar Wassenaar.

Dicht bij Delft scheidde hij zich van zijn makkers en ging met vier duiven den weg op naar Rotterd im, waar hij meende dat de Admiraal was, om een gunstige gelegenheid af te wachten, dat hij de Landscheiding kon doorsteken.

Nadat hij bijna een uur geloopen had, begon hij te voelen, dat een voetreis van Leiden over Rijnsburg naar Delft én nog verder, juist geschikt is, om iemand op het laatst zóó ver te brengen, dat hij niet meer voort kan, vooral wanneer men, door weken lang hongerlijden, zijn beste krachten er bij ingeschoten heeft.

Hij zette zich derhalve op den dijk onder een knotwilg neer om wat van de vermoeienis te bekomen, doch zoodra hij daar gezeten was, bemerkte hij eerst recht, welk een genot het was, na zulk een wandeling eens even op zijn gemakte kunnen uitblazen. Hij zette de duiven naast zich in het gras, vlijde zich zoo gemakkelijk mogelijk tegen den stam van den knoestigen en halfverteerden knotwilg, en keek in het rond.

Overal blank water, behalve op die plaatsen, waar een bouwhoeve stond, of waar een dorp, dijk of een kade lag.

Sluiten