Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

191

„En is het volk onder al dat hongerlijden over het algemeen nog al goedsmoeds ?"

„De meesten wel, Heer Admiraal! Maar er zijn toch ontevredenen ook." Hierop vertelde Cornelis van de bijeenkomst van enkele ontevredenen bij de Koepoort.

„Dat is minder fraai," zeide van Boisot, toen Cornelis hem alles gezegd had. „En wanneer ga-je naar Leiden terug ?"

„Ja, Heer Admiraal, ik zou graag eerst dah terug gaan, als ik het heuglijke nieuws kon brengen, dat de Landscheiding doorgestoken is."

„De Landscheiding doorsteken? Jongen, hoe ben-je te weten gekomen, dat dit te doen ons plan is ?"

„De mannen, die mij hierheen brachten, hebben het mij gezegd, Heer Admiraal! Ook meende Oom Jan, die te Rijnsburg woont, dat het nu gebeuren moest," antwoordde Cornelis en hij begon toen meteen te zeggen, op welk een plaats, zooals oom Jan zei, die verscheidene jaren hier gewoond had,, men dien dijk moest doorsteken om het spoedigst Leiden te kunnen bereiken.

Van Boisot hoorde hem bedaard aan, en toen Cornelis alles gezegd, en, zoo goed hij kon, uitgelegd had, zeide de wakkere Admiraal: „Dienzelfden raad hebben Jeroen Cornelisz. van Zoetermeer, Cornelis Willemsz. van Benthuizen en Leendert Pietersz. van Zevenhuizen mij ook gegeven. We zullen het dan maar beproeven."

Hierop wendde hij zich tot een der Kapiteins en vroeg, dezen: „Dunkt het u ook niet goed?"

„Ik zou in deze geen raad durven geven, Heer Admiraal!. Ik ben in deze streken niet bekend. Maar zooals het nu is, zie ik wel, dat er niets van komt! U zou de andere Heeren kunnen raadplegen. Misschien zijn er bij, die den omtrek. hebben leeren kennen," was het antwoord.

„Dat is ook mijn plan," sprak de Admiraal. Hierop keerde hij zich tot een paar matrozen en zeide : „Hei daar, mannen !" In de booten! Gaat Kapitein de Moor zeggen, dat we over

Sluiten