Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

207

Daar ontmoette hij Jonker van der Does

„Waar ga-je heen, Cornelis?" vroeg hij.

„Ik weet niet waar ik zal heengaan. Edele Heer! Ik loop maar wat door de stad!"

„Och, wees dan zoo goed en ga eens naar Burgemeester van der Werff en zeg hem, dat ik vandaag geen gelegenheid heb te komen!"

„Ik zal het doen, Edele Heer," antwoordde Cornelis en ging heen.

Een oogenblik daarna deed de dienstbode van Burgemeester Pieter Adriaensz. hem open.

Bij het ontsluiten der deur kwam een geur van gebraden vleesch hem te gemoet en onwillekeurig zei hij: „Hé, gebraden vleesch! Hadden we dit ook eens 1"

„Dan zou-je het mogelijk nog niet lusten, Cornelis," zeide de meid.

„Niet lusten ? Nu, ik heb nog zulk een honger niet. Maar de anderen! Laat de Burgemeester het eens even probeeren, of ze nog gebraden vleesch lusten! Hij moest de proef er maar eens van nemen, dan zou hij wat zien 1"

„Nu, als ik je dan eens zeide, dat Joffer Anna vandaag jarig is, en dat zij al haar kennissen onthaalt op het gebraden vleesch van haar schoothondje, dat gisteren geslacht is, zou-je dan nóg denken, dat iedereen graag mee-eten zou ? Maar welke boodschap heb-je?"

„Heer van der Does laat zeggen, dat hij niet komen kan," zeide Cornelis en ging heen, mompelend: „Het is ver, heel ver gekomen!"

NEGENTIENDE HOOFDSTUK. Burgemeester van der Werff.

Het gerucht, dat er bij Burgemeester van der Werff vleesch gebraden en gegeten was, liep door heel de stad en het stemde hen, die tot op dit oogenblik nog van geen overgave had-

Sluiten