Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

231

Het uur van middernacht was reeds geslagen en in het Spaansche legerkamp te Leiderdorp was ook alles in rust.

Slechts de eentonige voetstap van den schildwacht voor de herberg, waarin thans Valdez vertoefde, klonk vervelend door de stilte heen.

In een binnenkamer van die herberg brandde echter nog licht, en zat een man, in sierlijk huisgewaad gekleed, voor een eenvoudige tafel, waarop een plan van het bezettirgsleger om Leiden lag uitgespreid.

„Zou ik waarlijk het beleg moeten opheffen ? Maar dat zou toch schande zijn ! Hadde ik de stad maar bestormd, toen het mijn voornemen was, dan zou Leiden reeds lang in mijn bezit zijn geweest! En nu ! Wat zal Requesens zeggen ? Wat zal de geschiedschrijver van mij boeken ? Maar het is te laat, ik kan.. "

Daar werd op de deur getikt.

„Binnen !" riep Valdez.

De deur ging open en Don Marion trad binnen met een duif in de eene en een briefke in de andere hand.

„Wat is er, Marion ?" vroeg Valdez.

„Senor, deze duif is te Lammen door een schildwacht in den vleugel geschoten, en toen ze nederkwamr vond men dit briefke aan haar pooten.

„Geef hier !" beval de Bevelhebber barsch, en Marion reikte het over.

Het was het gewichtige briefje van den Zeeuwschen Admiraal waarin hij den Leidenaars kennis gaf van hetgene hij den volgenden dag doen zou.

Het was mogeijk wel een half uur geleden, sinds Valdez het kleine stukske perkament gelezen en nedergelegd had, en nog altijd stond Don Marion in een eerbiedige houding voor de tafel, terwijf Valdez, met de handen onder het hoofd zich over het plan der belegering gebogen had.

Het was hem blijkbaar aan te zien, dat er strijd in zijn binnenste heerschte.

Sluiten