Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en staarde, terwijl ze de trappen afging naar de keuken, eenige oogenblikken in diep nadenken voor zich uit. Niet lang echter bleef zfe daar staan, want om zulk een talrijk gezelschap te ontvangen, was heel wat noodig, en het was spoedig elf uur. Zij haastte zich dus om haar dochter Margaretha, een lieve en kloeke jonkvrouw van omstreeks veertien jaar, te verzoeken, haar te helpen in de toebereidselen voor het middagmaal.

Zoo zij ooit spijt gehad had, dat haar dochter Adelheid, een jaar geleden, als vrouw van graaf Jan van Avennes, het huis van haar moeder verlaten had, dan was het nu. Een stille hoop had ze, dat Adelheid haar echtgenoot vergezellen zou, want om de waarheid te zeggen, ze was omtrent de toekomst van die dochter niet gerust, omdat haar gemaal in opstand met zijn eigen moeder, de alom beruchte, „Zwarte Margriet," gravin van Vlaanderen was.

Hadde niet haar zoon Willem bij haar aangehouden om Adelheid toch als gemalin aan zijn besten vriend te geven, ze zou denkelijk er uit zichzelve nimmer toe gekomen zijn, ook omdat haar schoonzoon iets gluiperigs over zich had.

Maar hieraan dacht ze nu op dit oogenblik niet, want er was, waarlijk, te veel te doen. De hof hoorigen waren echter in grooten getale aanwezig, en toen ieder van hen wist, dat er voorname gasten op het middagmaal zouden komen, kon de gravin zich gerust verwijderen om zich zóó te kleeden, dat ze zich, als moeder van den roomsch-koning, niet voor haar gasten behoefde te schamen.

„Kom, Margaretha," zei ze, „laat ik u nu eens kleeden, zooals het een zuster van den toekomstigen keizer van Duitschland voegt; want bedenk het, kind, nu uw broeder zoo hoog in aanzien gestegen is, kunnen we niet langer als eenvoudige dorpers leven.':

Beiden gingen thans naar de groote zaal, waar Margaretha niet dan met groote moeite zich liet overhalen om haar moeder als een onderhoorige, het werk eener kamermaagd te laten doen

„Kom, kom, kind, slechts voor ditmaal. Ik, als gravinne-moeder dien mij van alle sieraden te onthouden; ze zouden al heé

18

Sluiten