Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23

October was graaf Willem door hen met eenparige stemmen tot roomsch-koning verkozen.

„En waar is uw kroon nu?" vroeg jonkvrouw Margaretha ondeugend. „Een koning zonder kroon of schepter is geen koning."

„De teekenen mijner waardigheid liggen binnen Aken, zusje!" zei de graaf. ,

„En waarom die niet dadelijk medegebracht?" klonk de vraag uit denzelfden mond, die er echter terstond bijvoegde: „O, wat zou ze schoon staan op uw lange, golvende gitzwarte haren, die gouden koningskroon!"

„Gretchen, gij zijt voor een kind wel wat al te ondeugend in uw vragen," sprak graaf Willem ernstig. „Om keizer van het machtige Duitschland te worden moet men wat meer doen dan luisteren naar het gesnap van een nieuwsgierig zusje."

„Dat zeg ik ook," klonk op eenmaal de stem van vader Bernhelm, die al geruimen tijd in de geopende deur had staan luisteren, en op graaf Willem toetredende, zei hij: „Mijn zoon, de oude Bernhelm, die reeds uw moeders vader, als knaap, gekend heeft, en wien het wel en wee van het Hollandsche Gravenhuis zqo na aan het hart liggen, wenscht u met uw waardigheid geluk. Moge de roomsche koningskroon, door u gewonnen, niet eenmaal een doornenkroon voor u worden."

Graaf Willem was opgesprongen en had op hartelijke wijze de gelukwenschen van den grijzen geestelijke beantwoord. Kort daarop verschenen de voorname gasten en toen het noenmaal afgeloopen was en de korte najaarsdag ten avond neigde, reden allen van 's-Gravenzande den weg op naar Haarlem.

„Haarlem ligt toch ver af, heer zwager," zei Jan van Avennes toen ze dicht bij de taveerne „Die Haghe" gekomen waren.

„We zullen dezen nacht in Leiden blijven, Jan," was het antwoord. „En dat afgelegene van Haarlem heeft mij ook al door het hoofd gemaald. Ik heb reeds plan gemaakt om elders te gaan wonen."

„Te 's-Gravenzande soms?"

„Kom, die vraag is u geen ernst, Jan! Dat hof te 's-Graven-

Sluiten