Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu kwam ik eens op een mijner tochten in het Kleefsche, en vernam daar, dat er op den Berkenheim een feest zou gevierd worden. Ik dacht: waar het volk is, daar is de nering, entoog er henen. Men had mij niet misleid, Met mijn zuster . . ."

Toen Otto dat hoorde wist hij, dat hij dan toch werkelijk met dien vreeselijken man te doen had, maar hem opeens onschadelijk willende maken, probeerde hij te spotten en zei: „Een mooie zuster, ja! Zeg liever: een mooie, jonge Jodin !"

Het probeeren viel maar half goed uit, want hij klappertandde zoo, dat zijn woo'rden bijna onverstaanbaar waren. Maar, Otto had zelfs met die ratelende woorden doel bereikt, want Derk en Geert schoven, alsof ze bang waren voor besmetting van ketterij, een eindweegs van Wolfaard vandaan.

Wolfaard zag dat wel en hij. begreep ook wel waarom ze dat deden, maar zoo kalm, alsof alles nog bij het oude gebleven was, en zonder blijk te geven, dat Otto's beschuldiging hem bevreesd maakte, hernam de reus : „Je bemerkt, mannen, dat onze kokeier de gebeurtenis in de sterren gelezen heeft. Hij heeft groot gelijk. Lea, die ik Lieschen noemde, was een Jodin en mijn zuster niet. Ik had haar vader en haar twee broeders door roofridders zien dooden, om zich hun geld toe te eigenen. De arme Lea, ze nam de vlucht naar de plek, waar ik zat te rusten en werd achtervolgd door twee schavuiten, die haar aanvielen. De schelmen zouden haar schandelijk gedood hebben. Het was immers maar een Jodin? Ik sprong toe, gaf ieder der twee een vuistslag, die hen als een gedolden os deed nedertuimelen, en liep met het onthutste meisje in de armen het bosch in. Ze moest naar Mainz, maar hoe zou ze er komen ? Alleen reizen ? Och, eer ze één uur verder was, zou ze al een smadelijken dood gevonden hebben. Toen stelde ik haar voor, dat ik haar langs een omweg in Mainz brengen zou, maar dan moest zij voor mijn zuster doorgaan — zingen, wat ik zong, — en niet Lea, maar Lieschen heeten. Het arme kind vertrouwde mij, en zegt mij nu eens, Derk en Geert, wat zou ik geweest zijn, als ik dat vertrouwen niet waard geweest was?"

„Wat je zou geweest zijn, als je anders gedaan hadt ? Een

37

Sluiten