Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

39

voor mijns heeren pluimvee. De andere molenaar vroeg slechts maalloon, doch nam geen grepen. Maar Otto, de schelmachtige wapenknecht van heer Ogier, is er achter gekomen, en heeft ons verklikt."""" .

„Was1 die deugniet van een Otto soms dezelfde als deze?" vroeg Derk op den kokoler wijzend, die beproefde den schijn aan te nemen van in het minst niet bevreesd te zijn, doch wiens hart van angst klopte.

„Ja, maar, weest gerust, ons zal de schelm niet verraden, want ik heb hem in mijn macht. Ik heb maar één woordje te spreken, en de man bengelt morgen aan den hoogsten boom van Holland. Luistert slechts, ik zal alles verhalen.

Nadat de oude man dit verteld had, zei ik tot Lieschen, dat ik met dien barren heer en zijn lieven wapenknecht wel eens kennis wilde maken, en daarop gingen we samen de kasteelpoort door, waar ik voor het dienstvolk, dat een luien avond er van nam, nu men daar binnen het te druk had met drinken om naar het werk te zien, een paar proeven van mijn kracht gaf, en liet inmiddels door een jonker vragen of een minstreel in de feesthal welkom was. Al heel gauw kwam de boodschap, dat ik komen kon. Wij traden de hal binnen en ik begeleidde een paar liederen, die wij zongen met mijn rebeeke.

Eindelijk verveelde het gezang den halfdronken heeren, en heer Ogier riep : „Zeg, meester zanger, wie is die zwartharige deerne?"

„Zij is mijn zuster, heer!" loog ik.

„En wat kan zij ? Dansen soms ?"

„Zij zingt slechts, heer !" gaf ik ten antwoord.

„Gekheid ! Ik wil, dat zij danst; zij zal dansen !"

»Ja, ja, dansen zal ze," riepen de opgewonden edelen, die den wijn als water dronken. Lieschen kon niet dansen, en wie weet wat het gevolg had kunnen zijn, als ze er toe gedwongen werd.

Daar zag ik een dikke ijzeren stang liggen en afleiding willende bezorgen, greep ik die stang op, en riep : „Mijn zuster kan niet dansen, maar dat kan ik."

Ik boog daarop de ijzeren stang met de vuisten tot een hoepel.

Sluiten